Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
verklaring van verdachteter terechtzitting van 16 februari 2024, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal uitkeringsfraudevan 12 maart 2021 het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
“Ik weet dat ik alle veranderingen in mijn omstandigheden meteen moet doorgeven aan de Gemeentelijke Sociale Dienst"en
"Ik weet dat ik strafbaar ben als ik informatie en/of wijzigingen niet, onjuist of onvolledig doorgeef". Verdachte is dus al bij het aanvragen van deze uitkering gewezen op zijn verplichtingen in het kader van de aan hem verstrekte uitkering, waarvoor hij ook heeft getekend. Op 10 juni 2010 is de bijstandsuitkering toegekend. In de brief die verdachte hierover heeft ontvangen is hij opnieuw gewezen op zijn inlichtingenplicht. Hierin staat namelijk dat verdachte verplicht is alle wijzigingen door te geven die mogelijk belangrijk zijn voor zijn recht op uitkering, dat hij moet meewerken aan de voortgangsonderzoeken die regelmatig worden verricht en dat wijzigingen in zijn persoonlijke, gezins- of financiële situatie moeten worden doorgegeven met het wijzigingsformulier.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een gevangenisstraf van vijf maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en;
- een taakstraf van 160 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen hechtenis.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
taakstrafvan
160 (honderdzestig) uren;
80 (tachtig)dagen hechtenis;
80 (tachtig) urenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
1 (één)jaren vast;