Eiser gebruikte een deel van zijn woning als Bed & Breakfast (B&B) op een perceel met de bestemming 'Bedrijventerrein-1', wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college legde een last onder dwangsom op wegens dit strijdige gebruik en startte een invordering van € 2.000,- voor juni en juli 2023.
Eiser betwistte het gebruik en stelde dat het college onterecht niet meewerkte aan een buitenplanse afwijkingsprocedure en dat er sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat het vestigen van een B&B niet binnen de toegestane bedrijfsactiviteiten valt en dat eiser geen vergunningaanvraag had ingediend.
Ten aanzien van de invordering stelde eiser dat voor juli 2023 geen deugdelijke vaststelling van overtreding was gedaan, omdat deze alleen gebaseerd was op online reviews en niet op een controle door een bevoegde toezichthouder. De rechtbank stelde vast dat dit niet voldeed aan de eisen voor een invorderingsbesluit en vernietigde de invordering voor juli 2023, terwijl de invordering voor juni 2023 in stand bleef.
De rechtbank wees het beroep tegen het handhavingsbesluit af, maar verklaarde het beroep tegen de invorderingsbeschikking gegrond en droeg het college op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.