Op 1 januari 2023 is een gemengde huur- en zorgovereenkomst gesloten tussen [onderbewindgestelde] en [eiseres], waarbij [onderbewindgestelde] een woning huurt en zorg ontvangt. [Eiseres] stelt dat [onderbewindgestelde] zich niet begeleidbaar opstelt en overlast veroorzaakt, en heeft daarom op 17 februari 2024 de zorgovereenkomst opgezegd. Omdat de zorgovereenkomst en huurovereenkomst nauw verbonden zijn, leidt de opzegging van de zorgovereenkomst ook tot het einde van de huurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij ontruiming, mede vanwege de schaarste aan passende woonvoorzieningen. De opzegging van de zorgovereenkomst is rechtsgeldig bevonden omdat er gewichtige redenen zijn en de nodige zorgvuldigheid is betracht. [Onderbewindgestelde] heeft ondanks waarschuwingen en afspraken niet voldaan aan zijn verplichtingen om zich begeleidbaar op te stellen.
De stellingen van de bewindvoerder dat het protocol niet is gevolgd, dat [onderbewindgestelde] wel wil meewerken, en dat de bewindvoerder niet betrokken was bij gesprekken, worden door de kantonrechter verworpen. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt [onderbewindgestelde] veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.