ECLI:NL:RBMNE:2024:1191

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
1 maart 2024
Zaaknummer
10929475
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:220 lid 1 BWArt. 558 sub b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder krijgt verstekvonnis voor toegang woning huurder wegens lekkage

De Alliantie, verhuurder van een woning, vordert in kort geding toegang tot de woning van de huurder vanwege lekkage bij de onderbuurman die volgens de aannemer afkomstig is uit de woning van de huurder. Ondanks herhaalde pogingen tot contact en aanmaningen reageert de huurder niet en weigert de deur te openen. De huurder verschijnt niet in de procedure, waarop verstek wordt verleend.

De kantonrechter stelt vast dat De Alliantie een spoedeisend belang heeft bij de vordering, omdat de lekkage en de daarmee gepaard gaande schade dagelijks toenemen. Op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro moet de huurder de verhuurder gelegenheid geven tot dringende werkzaamheden, waaronder het herstellen van lekkage valt.

De kantonrechter veroordeelt de huurder tot medewerking aan de werkzaamheden en, indien de huurder niet meewerkt, tot tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat De Alliantie direct tot uitvoering kan overgaan.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot medewerking aan herstelwerkzaamheden en tijdelijke ontruiming bij weigering, met verstek en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 10929475 \ AV EXPL 24-7 RJ/58605
Verstekvonnis in kort geding van 29 februari 2024
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: K. Sluijs,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 februari 2024 met producties 1 tot en met 8;
- de mondelinge behandeling van 27 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

De kern van de zaak
2.1.
De Alliantie is verhuurder en [gedaagde] is huurder van de woning aan de [adres] in [plaats] . De Alliantie wil werkzaamheden laten uitvoeren in de woning van [gedaagde] , omdat zijn onderbuurman lekkage heeft en de aannemer heeft aangegeven dat deze lekkage afkomstig is van de woning van [gedaagde] . [gedaagde] heeft niet gereageerd op de brieven en e-mails die De Alliantie hierover aan hem heeft gestuurd en doet ook na herhaaldelijk aanbellen of aankloppen de deur niet open. De Alliantie vordert – kortgezegd – toegang tot de woning voor de werkzaamheden en de kantonrechter wijst deze vorderingen toe.
Verstek
2.2.
De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en hij niet in het geding is verschenen, geen antwoord heeft ingezonden en niet om uitstel heeft verzocht.
2.3.
Omdat [gedaagde] niet naar de mondelinge behandeling is gekomen en geen verweer heeft gevoerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden waarop De Alliantie haar vorderingen baseert.
Spoedeisend belang
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat De Alliantie, zoals zij heeft gesteld, spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. De onderbuurman van [gedaagde] heeft lekkage en de schade neemt elke dag toe. De werkzaamheden moeten daarom zo snel mogelijk worden uitgevoerd.
[gedaagde] moet gelegenheid geven tot de uitvoering van de werkzaamheden
2.5.
De vordering van De Alliantie om – kortgezegd – [gedaagde] te veroordelen om aan De Alliantie medewerking te verlenen aan de uit te voeren werkzaamheden in zijn woning, bestaande uit het herstellen van de lekkage en alle werkzaamheden die in dat kader benodigd zijn, zal worden toegewezen.
2.6.
Artikel 7:220 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek bepaalt namelijk dat de huurder gelegenheid moet geven aan de verhuurder tot de uitvoering van dringende werkzaamheden aan het gehuurde. Het herstellen van de lekkage valt onder het begrip ‘dringende werkzaamheden’. Volgens de parlementaire geschiedenis zijn werkzaamheden dringend, als het uitstellen van de werkzaamheden zou kunnen leiden tot extra kosten, schade of (ander) nadeel. Dat is hier het geval, omdat de lekkage en daarmee de schade elke dag toeneemt.
Tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming
2.7.
De Alliantie vordert daarnaast – kortgezegd – om [gedaagde] , als hij geen gelegenheid geeft tot de uitvoering van de werkzaamheden, te veroordelen om binnen 3 dagen na betekening van het vonnis zijn woning tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten, om de werkzaamheden te kunnen verrichten. Deze vordering zal ook worden toegewezen.
2.8.
Artikel 558 sub b Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat, als een huurder is veroordeeld om gelegenheid te geven tot bepaalde dringende werkzaamheden, de rechter hem kan veroordelen tot een tijdelijke en/of gedeeltelijke ontruiming.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
543,00
(kanton-kortgeding eenvoudig)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
945,39
Uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat De Alliantie het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van De Alliantie om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het belang van De Alliantie om de lekkage te herstellen zwaarder weegt dan de belangen van [gedaagde] . Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist.

3.De beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding, geeft de volgende voorlopige voorzieningen:
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen [gedaagde] ;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om medewerking te verlenen aan de uit te voeren werkzaamheden in het gehuurde, bestaande uit het herstellen van de lekkage en alle werkzaamheden die in dat kader benodigd zijn;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] , alleen voor het geval [gedaagde] voornoemde veroordeling onder rechtsoverweging 3.2 niet nakomt, om de woning aan [adres] in [plaats] tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en zaken en door overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van De Alliantie te stellen, voor de duur van en voor zover als dat voor De Alliantie en de door haar ingeschakelde derden noodzakelijk is om de werkzaamheden te verrichten in of aan de woning inhoudende herstel van de lekkage en alle daarvoor benodigde werkzaamheden;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 945,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op
29 februari 2024.