Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal Verkeersongevalsanalysevan 28 december 2022 is door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
proces-verbaal van bevindingenvan 19 december 2022 is door verbalisant [verbalisant 3] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, geverbaliseerd:
proces-verbaal van bevindingenvan 16 september 2022 heeft [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, verklaard:
geschriftals bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, zijnde een verslag van de spoedeisende hulp van het Amsterdam Universitair Medische Centra van 20 april 2022 is door dr. [A] , traumachirurg, en [B] , arts-assistent Chirurgie, het volgende zakelijk weergegeven, gerelateerd:
Vervolgens zijn de opgeslagen events en bijbehorende gegevens in het geheugen van het EDR gevalideerd door middel van de uitvoering van een simulatiebotsing met een identiek referentievoertuig. Hieruit bleek dat een snelheid van 147 kilometer per uur, zoals was opgeslagen in de EDR, overeenkwam met een daadwerkelijke snelheid van 143 tot 144 kilometer per uur.
Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit ziet de rechtbank geen aanleiding aan de juistheid van dit onderzoek en de bevindingen te twijfelen. De twee uitlezingen hebben dezelfde data opgeleverd, en deze data zijn middels een simulatie gevalideerd. De suggestie van de raadsvrouw dat bij de tweede lezing een kabel is gebruikt die (alleen) specifiek geschikt zou zijn voor een ander voertuig wordt weersproken door het proces-verbaal en is ook overigens onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank concludeert daarom dat de VOA en het forensisch technisch voertuigonderzoek betrouwbaar zijn. De rechtbank passeert dan ook het verweer van de verdediging hieromtrent en zal de voornoemde stukken bezigen voor het bewijs.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw verkeersovertredingen te begaan, zal de rechtbank een fors strafdeel van de ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk aan verdachte opleggen.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 22c, 22d, 63 van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175, 179 van de Wegenverkeerswet 1994,
11.BESLISSING
taakstraf van 160 (honderdzestig) uren;
ontzegtverdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
gedeelte van 10 (tien) maanden nietzal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.