ECLI:NL:RBMNE:2024:120
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €315.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na een gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar handhaafde verweerder de waarde. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix van verweerder, waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen. Eiser trok enkele beroepsgronden in en stelde dat verweerder niet alle relevante stukken had verstrekt, waaronder taxatiekaarten en correctiefactoren. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had verstrekt en dat eiser niet tijdig zijn bezwaren had aangevuld, waardoor deze gronden buiten beschouwing werden gelaten.
De rechtbank achtte de gehanteerde referentiewoningen passend en vond dat verweerder voldoende rekening had gehouden met verschillen in onderhoud en kwaliteit. De beroepsgronden faalden en het beroep werd ongegrond verklaard. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €315.000 wordt ongegrond verklaard.