Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
€ 78.624,80 en dat [veroordeelde] hoofdelijk de verplichting tot betaling aan de Staat op wordt gelegd ter hoogte van dat geschatte voordeel. Tot slot is volgens de officier van justitie geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, nu pas in februari 2023 aan [veroordeelde] kenbaar is gemaakt dat het Openbaar Ministerie een ontnemingsvordering zou aanbrengen.
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
de rechtbank begrijpt: kweekruimte 2) bevond zich een growtent. In deze growtent zijn meerdere potten aangetroffen met daarin potgrond en plantenresten. Er werden natte resten van hennepplanten aangetroffen. Op de eerste etage (
de rechtbank begrijpt: kweekruimte 3) bevond zich een growtent. In deze growtent werden meerdere potten aangetroffen met daarin hennepplanten.
- de kappen van de armaturen van de assimilatielampen;
- de aanwezige elektra.
Maar ja. Ze hebben dus een grote en een kleine hebben ze eruit. Nou dat zal de materialen dan wel dekken” [5] . De ‘grote’ en ‘kleine’ komt ook overeen met het aantal planten(bakken) dat is aangetroffen op de verschillende etages. De eerste en derde kweekruimte betroffen grote kweekruimtes (van meer dan 200 planten) en de tweede kweekruimte was een relatief kleine kweekruimte (van 100 planten). De derde kweekruimte was oogstrijp en dus nog niet geoogst.
€ 12.562,00.
€ 47.054,12.
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
€ 23.527,06;
€ 23.527,06aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;