Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
.De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom toewijzen tot het wettelijke tarief van € 228,37.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 9 september 2022 vond een aanrijding plaats op een fietsoversteekplaats in Utrecht tussen een automobilist en een fietser. De automobilist reed richting een oversteekplaats met duidelijke waarschuwingsborden en markeringen, terwijl een bestelbus het zicht belemmerde. De fietser sloeg rechtsaf en wilde oversteken, maar werd aangereden.
De automobilist vorderde vergoeding van de autoschade van de fietser en stelde overmacht aan zijn zijde, omdat de fout van de fietser zo onwaarschijnlijk was dat hij er geen rekening mee hoefde te houden. De fietser stelde dat hij voorrang had en dat de automobilist onvoldoende snelheid had verminderd.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overmacht bij de automobilist. De automobilist had haar snelheid onvoldoende aangepast aan de situatie ondanks de aanwezige verkeersborden en het beperkte zicht. De fietser had niet goed genoeg gekeken voordat hij overstak, waardoor beide partijen een fout maakten.
De aansprakelijkheid werd verdeeld op 40% voor de fietser en 60% voor de automobilist. De schade aan de auto werd vastgesteld op circa €3.700,-, waar de fietser 40% van moet vergoeden, inclusief expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Fietser is voor 40% aansprakelijk en moet €1.750,84 betalen aan automobilist voor autoschade en kosten.