In maart 2022 betaalde eiseres een voorschot van €400 aan gedaagde sub 1 voor het vervangen van een meterkast in haar pand. Gedaagde sub 1 voerde deze werkzaamheden niet uit. Eiseres vorderde schadevergoeding ter hoogte van het voorschot, stellende dat gedaagde sub 1 in verzuim was.
De kantonrechter oordeelde dat voor verzuim een afgesproken termijn of een schriftelijke aanmaning met redelijke termijn vereist is. Omdat geen termijn was afgesproken en eiseres geen aanmaning met termijn heeft gesteld, is gedaagde sub 1 niet in verzuim gekomen. Bovendien heeft gedaagde c.s. namens gedaagde sub 1 aangegeven het werk alsnog te willen uitvoeren, maar dit werd door eiseres geweigerd.
Eiseres stelde ook dat het voorschot onverschuldigd was betaald, maar dit werd verworpen omdat er wel een rechtsgrond voor de betaling bestond, namelijk de overeenkomst. De vordering tot vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werd eveneens afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde c.s. op nihil werden begroot.