Gedaagde werd op 13 maart 2023 behandeld door een tandarts en ontving een factuur van €114,55 die niet tijdig werd betaald. De vordering werd verkocht aan eiseres, die een betalingsregeling trof met gedaagde voor een totaalbedrag van €155,47 in zes maandelijkse termijnen. Gedaagde betaalde enkele termijnen niet op tijd, waardoor de regeling verviel en het volledige bedrag opeisbaar werd.
Eiseres dagvaardde gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde stelde dat alle termijnen waren voldaan, maar de rechtbank oordeelde dat slechts een deel tijdig was betaald en dat de betalingsregeling door niet-naleving was vervallen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het resterende bedrag van €0,24 plus wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 en de proceskosten van €331,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.