ECLI:NL:RBMNE:2024:1341
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en wrakingsverbod bij herhaald wrakingsverzoek rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende op 21 februari 2024 een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank in de hoofdzaak met zaaknummer UTR 22/5545, stellende dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek om een voorlopige voorziening niet binnen zeven dagen had behandeld. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder mondelinge behandeling.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk was omdat het niet gericht was tegen de behandelend rechter, mr. M. Eversteijn, die bovendien niet de behandelend rechter in de hoofdzaak was, en omdat een wrakingsverzoek tegen de gehele rechtbank niet mogelijk is. Tevens werden e-mails van verzoeker over een andere zaak buiten beschouwing gelaten.
Daarnaast legde de wrakingskamer een wrakingsverbod op op grond van misbruik van bevoegdheid, omdat verzoeker eerder in dezelfde zaak een vergelijkbaar wrakingsverzoek had ingediend dat ook niet-ontvankelijk was verklaard. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zonder verdere behandeling van nieuwe wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaak.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en een wrakingsverbod is opgelegd wegens misbruik van bevoegdheid.