Uitspraak
1.De procedure
4 maart 2024 in de zaken met zaaknummers:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 maart 2024 uitspraak gedaan over het wrakingsverzoek van mr. D.A.N. Bartels MRE tegen mr. B. van Walderveen, de behandelend rechter in 113 WOZ-hoofdzaken. Verzoeker had eerder wrakingsverzoeken ingediend die op 4 maart 2024 niet-ontvankelijk waren verklaard. Het tweede wrakingsverzoek bouwde voort op het eerste, wat volgens het wrakingsprotocol niet is toegestaan omdat alle feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking niet bedoeld is als verkapt hoger beroep, ook niet tegen eerdere wrakingsbeslissingen. Daarom werd het tweede wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in deze hoofdzaken om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen en de voortgang van de procedures te waarborgen.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter J.G. Nicholson en leden J.F. Haeck en J.R. Hurenkamp. De griffier S. Bazaz was bij de zitting aanwezig. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoeken en er is een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken in de hoofdzaken.