Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat volgens de Commissie van Wijzen geen recht op compensatie bestaat. Eiser maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of sprake is van institutioneel vooringenomen handelen of onaanvaardbare hardheid.
De rechtbank overweegt dat alleen de aanvrager van kinderopvangtoeslag zich als gedupeerde kan melden en dat toeslagpartners zich zelfstandig moeten melden. Eiser stelde dat zijn toeslagpartner zich niet hoefde te melden, maar dit standpunt werd niet onderbouwd met voldoende bewijs. Ook het inkomen dat verweerder hanteerde in de voorschotfase was niet onjuist, aangezien het gebaseerd was op bekende gegevens en eiser geen wijzigingen had doorgegeven. De definitieve vaststelling van het recht op toeslag was correct en leidde tot nabetalingen.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen of te strikte toepassing van het wettelijk systeem die onaanvaardbare hardheid oplevert. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen compensatie ontvangt en het griffierecht en proceskosten niet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van compensatie kinderopvangtoeslag wordt ongegrond verklaard.