Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de akte van [gedaagde] met een aanvullende productie.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert een besloten vennootschap ([eiseres]) betaling van openstaande facturen van een adviseur voor werkzaamheden bij de verkoop van aandelen in een andere vennootschap ([onderneming 1]). De verkoop aan een eerste potentiële koper ([onderneming 2]) mislukte, waarna aanvullende werkzaamheden werden verricht voor een tweede potentiële koper ([onderneming 3]).
De rechtbank oordeelt dat voor het eerste traject een vaste prijsafspraak gold, waarbij de opdrachtgever ([gedaagde]) al het maximale bedrag had betaald, zodat aanvullende kosten niet verschuldigd zijn. Voor het tweede traject waren geen prijsafspraken gemaakt, waardoor de opdrachtgever een redelijk loon moet betalen op grond van artikel 7:405 BW Pro. De rechtbank stelt dit loon vast op € 23.364,-, gebaseerd op interne e-mailcorrespondentie.
De vordering tot betaling van een succesfee bij een toekomstige verkoop wordt afgewezen omdat de termijn van twee jaar na beëindiging van de opdracht is verstreken. Ook een beroep op een belangenconflict wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van het redelijk loon, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een redelijk loon van € 23.364,- voor aanvullende werkzaamheden en buitengerechtelijke incassokosten, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.