ECLI:NL:RBMNE:2024:1445

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 februari 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
570011
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot aanhouding ondertoezichtstelling wegens ontbreken fysieke tolk

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een jaar. De kinderen wonen bij hun vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. Tijdens de mondelinge behandeling op 28 februari 2024 was er geen fysieke tolk aanwezig, waardoor communicatieproblemen ontstonden tussen de ouders en de telefonische tolk.

De kinderrechter besloot daarom de behandeling aan te houden en de beslissing uit te stellen tot een nieuwe zitting op 28 maart 2024, waarbij een fysieke tolk aanwezig moet zijn. Dit is van belang om te waarborgen dat de ouders de zitting goed kunnen volgen en adequaat gehoord worden over het verzoek van de Raad.

De zaak zal opnieuw worden behandeld bij de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht. Het is aan de Raad om te zorgen voor de aanwezigheid van een fysieke tolk. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De beslissing op het verzoek tot ondertoezichtstelling is aangehouden wegens het ontbreken van een fysieke tolk tijdens de zitting.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/570011 / JE RK 24-222
Datum uitspraak: 28 februari 2024
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
De Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, [plaats] ,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1 (voornaam)] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2 (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[belanghebbende 2],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, binnengekomen bij de rechtbank op 7 februari 2024;
  • de aanvullende stukken van de Raad van 8 februari 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 februari 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
  • mevrouw [A] en mevrouw [B] , namens de GI;
  • de heer [C] , namens de Raad.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] .
2.2.
[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] wonen bij hun vader.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] voor de duur van een jaar.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter neemt nog geen beslissing op het verzoek van de Raad, maar houdt de behandeling van het verzoek aan. De reden hiervoor is dat er geen fysieke tolk beschikbaar was op het moment van de zitting. De kinderrechter heeft wel een telefonische tolk kunnen bereiken, maar de ouders en de telefonische tolk konden elkaar niet goed verstaan. Het is belangrijk dat de ouders de zitting goed kunnen volgen en dat zij gehoord kunnen worden over het verzoek van de Raad. De kinderrechter zal de zaak daarom opnieuw behandelen op
28 maart 2024 om 09.45 uur. De kinderrechter gaat ervan uit dat er op dat moment wel een fysieke tolk bij de zitting aanwezig is. Het is aan de Raad om hiervoor zorg te dragen.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
houdt de beslissing op het verzoek van de Raad tot een ondertoezichtstelling aan in afwachting de nader geplande zitting op
donderdag 28 maart 2024om
09.45 uurbij de rechtbank Midden-Nederland aan het Vrouwe Justitiaplein 1 in Utrecht.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2024 door mr. L.A.C. de Vaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.M.F. Crijns als griffier, en op schrift gesteld op 11 maart 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.