ECLI:NL:RBMNE:2024:1529

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
10971487 UB VERZ 24-146
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:7 lid 1 sub c BWArt. 4:7 lid 2 BWArt. 4:206 lid 3 BWArt. 4:211 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling loon gevolmachtigde als vereffeningskosten nalatenschap

De zaak betreft een verzoek van de gevolmachtigde van de enig erfgenaam/vereffenaar om zijn loon als vereffeningskosten in de nalatenschap van de overledene vast te stellen. De nalatenschap betrof een complexe situatie met een eenmanszaak zonder deugdelijke financiële administratie, wat de vereffening tijdrovend maakte.

De kantonrechter oordeelt dat artikel 4:206 lid 3 BW Pro alleen ziet op door de rechtbank benoemde vereffenaars, en dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het vaststellen van loon van een gevolmachtigde van een erfgenaam als vereffeningskosten. De richtlijnen bieden slechts in uitzonderlijke situaties ruimte, maar die zijn hier niet van toepassing.

Hoewel de werkzaamheden intensief waren, is dit niet uitzonderlijk voor een nalatenschap met een onderneming. Bovendien is verzoeker aangesloten bij NOVEX en had hij moeten weten dat zijn loon niet ten laste van de nalatenschap kan worden gebracht. Het reeds betaalde bedrag moet worden teruggestort op de ervenrekening. De vereffening wordt hervat, waarbij [B] als enig erfgenaam/vereffenaar aansprakelijk blijft voor het loon van verzoeker tenzij de rechtbank een vereffenaar benoemt.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het loon van de gevolmachtigde als vereffeningskosten wordt afgewezen en het betaalde bedrag moet worden teruggestort.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter
locatie Lelystad
zaaknummer: 10971487 UB VERZ 24-146
Beschikking d.d. 15 maart 2024
Inzake het verzoek van
[verzoeker] ,
gevestigd te [adres] ,
[postcode] [vestigingsplaats] ,
hierna: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van de enig erfgenaam/vereffenaar in de nalatenschap van:
[A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, overleden te [plaats] op [overlijdensdatum] 2022, laatst gewoond hebbende te [plaats] , hierna: erflater.

1.De procedure

1.1.
Op 8 juni 2023 heeft de griffie van de rechtbank een voorlopig overzicht van de baten en lasten van de nalatenschap van erflater ontvangen van verzoeker.
1.2.
Bij brief van 12 juni 2023 heeft de griffier verzoeker gevraagd zijn verzoek te verduidelijken. Hierop heeft verzoeker gereageerd per brief van 24 juni 2023 en verduidelijkt dat het gaat om een verzoek om terinzagelegging van de boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater en een mededeling negatieve nalatenschap.
1.3.
De boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater heeft vervolgens ter inzage gelegen van 9 oktober 2023 tot 20 november 2023.
1.4.
In de brief van 2 oktober 2023 waarin de griffier verzoeker heeft bericht dat de boedelbeschrijving ter inzage zou worden gelegd, is verzoeker ook uitgenodigd voor een zitting over de door hem gemaakte vereffeningskosten. Op de overgelegde boedelbeschrijving was een verhoudingsgewijs hoog bedrag aan vereffeningskosten als schuld van de nalatenschap opgenomen.
1.5.
Deze zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2023. Op deze zitting zijn verschenen:
  • Verzoeker;
  • Mevrouw [B] (hierna: [B] )
  • De heer [C] , een vriend van [B] ;
  • De heer [D] , een vriend van [B] .
1.6.
Ter zitting heeft verzoeker de kantonrechter verzocht om zijn loon voor de vereffeningswerkzaamheden die hij heeft verricht als gevolmachtigde van de erfgenaam/vereffenaar als vereffeningskosten vast te stellen.
1.7.
Naar aanleiding van deze zitting is verzoeker in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek aan te vullen. Dit heeft verzoeker gedaan per brief van 15 januari 2024.
1.8.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Erflater is overleden op [overlijdensdatum] 2022. Hij heeft voor het laatst een testament gemaakt op 21 december 2020. In dit testament heeft hij zijn partner, [B] , tot zijn enig erfgenaam benoemd.
2.2.
[B] heeft de nalatenschap van erflater bij akte van 15 november 2022 beneficiair aanvaard. Deze akte is op 21 november 2022 ingeschreven in het boedelregister.
2.3.
[B] heeft vervolgens volmacht gegeven aan verzoeker om haar – kortgezegd – te vertegenwoordigen bij de vereffening van de nalatenschap van erflater. Verzoeker heeft voor de vereffeningswerkzaamheden een bedrag van € 51.196,84 in rekening gebracht en al aan zichzelf voldaan uit de nalatenschap van erflater.

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
Uit artikel 4:206 lid 3 BW Pro vloeit voort dat een door de rechtbank benoemde vereffenaar recht heeft op loon dat door de kantonrechter aan het einde van de vereffening wordt vastgesteld. Dit loon behoort tot de vereffeningskosten als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub c BW Pro en moet daarom uit de nalatenschap worden betaald.
3.2.
Verzoeker is géén door de rechtbank benoemde vereffenaar. Hij heeft vereffeningswerkzaamheden verricht in hoedanigheid van gevolmachtigde van een erfgenaam/vereffenaar. Voor zover verzoeker zijn verzoek om loon op artikel 4:206 lid 3 BW Pro baseert, biedt dit artikel geen grondslag. Er is ook geen andere wettelijke grondslag voor het vaststellen van het loon van (een gevolmachtigde van) een erfgenaam/vereffenaar voor het uitvoeren van vereffeningswerkzaamheden. Het loon van verzoeker kan daarom in principe niet worden aangemerkt als vereffeningskosten, zo blijkt ook duidelijk uit de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter van november 2022, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
3.3.
De Richtlijnen vereffening nalatenschappen van juli 2021, eveneens gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, lijken echter wel een opening te bieden om in uitzonderlijke situaties het loon vast te stellen van (de gevolmachtigde van) een erfgenaam/vereffenaar. Hierin staat het volgende:
“Met een verzoek om toekenning van loon door een
erfgenaam/vereffenaar zal terughoudend worden omgegaan.
Slechts in een
uitzonderingssituatie is toekenning van loon denkbaar, hetgeen per geval zal worden
beoordeeld.Indien belanghebbenden de naar ieders tevredenheid vereffenende
erfgenaam toch willen belonen om kosten van een benoemde vereffenaar te
voorkomen, hetgeen in het belang van schuldeisers kan zijn, kan dat binnen een
ander kader, zoals bijvoorbeeld via een overeenkomst van opdracht. [nadruk toegevoegd]”
3.4.
Verzoeker vindt dat van deze uitzonderingssituatie sprake is, omdat het dossier zeer complex was en de behandeling ervan daarom erg tijdrovend. Dit kwam voornamelijk doordat erflater een eenmanszaak had waarvoor hij geen deugdelijke financiële administratie bijhield. Niemand was op de hoogte van de financiële administratie van de onderneming van erflater, waardoor niemand verzoeker op weg kon helpen toen hij met de vereffening van de nalatenschap aan de slag ging. Daarbij kwam dat er achterstanden bleken te zijn in de belastingaangiftes van de onderneming en dat erflater werkte met een zogenaamd kasstelsel. Hierdoor werden mutaties pas verantwoord op het moment van betalen in plaats van factureren. Dit maakte het lastig om te achterhalen wat de opbrengsten en uitgaven van de onderneming waren op het moment van overlijden van erflater. Om zicht te krijgen op de financiële administratie van erflater, heeft verzoeker verschillende verhuisdozen en tassen met ordners en de computers en mobiele telefoon van erflater moeten doorspitten. Maar ook andere zaken speelden een rol. Zo bleken alle waardevolle bezittingen van erflater te zijn gehuurd, zoals het bedrijfspand en de auto. Het gereedschap van erflater werd vlak na zijn overlijden gestolen. Er is aangifte van diefstal gedaan, maar de politie kon niets met die aangifte doen omdat de camerabeelden onduidelijk waren.
3.5.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een uitzonderingssituatie die maakt dat het loon van verzoeker moet worden vastgesteld en aangemerkt als vereffeningskosten. De kantonrechter begrijpt dat verzoeker veel tijd, inspanning en werk in de vereffening van de nalatenschap van erflater heeft gestoken. Dit is echter niet uitzonderlijk voor een vereffening van een nalatenschap, zeker niet als tot die nalatenschap een onderneming behoort. Een vereffenaar van een dergelijke nalatenschap zal bovendien regelmatig te maken krijgen met een gebrekkige financiële administratie en tegenvallend actief.
3.6.
Daarbij komt dat verzoeker is aangesloten bij de Nederlandse Organisatie voor Executeurs (NOVEX). Van verzoeker mag daarom een bepaalde mate van deskundigheid worden verwacht op het gebied van het afwikkelen van nalatenschappen. Verzoeker had wellicht kunnen en ook moeten weten dat alleen het loon van een door de rechtbank benoemde vereffenaar ten laste van de nalatenschap mag worden gebracht, en het loon van een gevolmachtigde van een erfgenaam dus niet. Hij had in ieder geval het netwerk om hiernaar te informeren. Het had dan ook op zijn weg gelegen [B] te informeren dat zij aansprakelijk is voor de door hem gemaakte kosten en niet de nalatenschap. In het verlengde hiervan is het opmerkelijk dat verzoeker de vereffeningskosten al van de ervenrekening naar zijn rekening heeft overgemaakt. Hiermee is mogelijk de rangorde van schuldeisers van de nalatenschap die volgt uit artikel 4:7 lid 2 BW Pro doorkruist.
3.7.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat verzoeker het bedrag van € 51.196,84 dat hij heeft overgemaakt naar zijn rekening voor de verrichte vereffeningswerkzaamheden, moet terugstorten naar de ervenrekening. De vereffening moet daarna worden hervat, waarbij wellicht opnieuw een boedelbeschrijving ter inzage moet worden gelegd als bedoeld in artikel 4:211 lid 3 BW Pro. Het voorgaande is immers van invloed op de verhaalspositie van de overige schuldeisers van de nalatenschap van erflater. [B] treedt hierbij als enig erfgenaam van erflater in principe op als vereffenaar. Als verzoeker haar als gevolmachtigde blijft begeleiden bij de vereffening van de nalatenschap van erflater, dient zij zich ervan bewust te zijn dat zij in privé aansprakelijk is voor zijn loon. Hetzelfde geldt als [B] met iemand anders een overeenkomst van opdracht zou sluiten voor de vereffenings-werkzaamheden. Dit kan worden voorkomen door de rechtbank te verzoeken een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflater. De kosten van een door de rechtbank benoemde vereffenaar mogen, mits zij door de kantonrechter zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 4:206 lid 3 BW Pro, immers wel uit de nalatenschap worden betaald.

4.De beslissing

4.1.
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..