Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren
Inleiding
Het geschil
Beoordeling door de rechtbank
Op dinsdag 18 januari 2022 rond 14.00 uur heeft de heer [eiser] werkzaamheden uitgevoerd t.h.v. [adres] te [plaats 2] , zie onderstaande foto’s. Omdat de heer [eiser] geen ontheffing voor “plaatsen voorwerpen op of aan de openbare weg” kon tonen heb ik hem verzocht de werkzaamheden onmiddellijk te staken. Hierop ging hij toch door met (het afmaken) van zijn werkzaamheden waarop ik vervolgens de politie heb gebeld. Tussen het belmoment met de politie en het arriveren van de politie op de locatie zijn de medewerkers van de heer [eiser] snel vertrokken. Uiteindelijk is de heer [eiser] , die wel op de politie heeft gewacht, voor het negeren van mijn stopteken hierop aangesproken door de politie. De werkzaamheden die ik als toezichthouder op dat moment heb geconstateerd zijn het aanbrengen van een mengsel van puinsteen met aardappelen voor (wegzijde) betonbalk nr. 8, zie onderstaande foto. Ook zijn de betonbalken met nr. 5 en 8 verlegd en is er onder betonbalk nr. 8 ook een mengsel van puinsteen met aardappels aangebracht.”