Eiseres diende op 3 oktober 2019 een verzoek om herbeoordeling in bij verweerder. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit nam, stelde eiseres verweerder op 14 april 2023 in gebreke. Vervolgens diende eiseres op 16 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overweegt dat het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen een redelijke termijn moet worden ingediend. In dit geval is het beroep ruim negen maanden na de ingebrekestelling ingediend, wat onredelijk laat wordt geacht. Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die deze late indiening rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 16 februari 2024 te Utrecht.