ECLI:NL:RBMNE:2024:1667

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
UTR 23/5250
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.C. van Stijnen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en te late indiening

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren van 13 september 2023. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van € 50,- niet heeft betaald, terwijl dit volgens artikel 8:41 Awb Pro verplicht is.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht te voldoen, onder meer via een aangetekende brief die niet is afgehaald en een daaropvolgende gewone brief. Daarnaast is het beroepschrift te laat ontvangen, namelijk op 28 oktober 2023, terwijl het uiterlijk op 25 oktober 2023 ingediend had moeten zijn. Eiseres heeft geen geldige redenen gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en de termijnoverschrijding.

Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. van Stijnen op 5 maart 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5250

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Gooise Meren, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
13 september 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 1 december 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
Deze herinnering is retour gekomen met als reden dat het poststuk niet is afgehaald. De rechtbank heeft de brief van 1 december 2023 vervolgens per normale postzending naar eiseres gestuurd op 3 januari 2024. Daarin is vermeld dat de in de brief genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Verder merkt de rechtbank op dat eiseres te laat is met het instellen van beroep. Een beroep moet worden ingesteld binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. Dat heeft eiseres niet gedaan.
7. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 13 september 2023. Het beroepschrift is bij de rechtbank ontvangen op 28 oktober 2023. Dat is te laat. Het beroepschrift had uiterlijk op 25 oktober 2023 ontvangen moeten zijn. Vervolgens heeft de rechtbank eiseres bij aangetekende brief van 23 november 2023 verzocht om binnen twee weken aan te geven waarom het beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend.
8. Eiseres heeft geen reden gegeven voor deze termijnoverschrijding. De rechtbank gaat er daarom van uit dat er geen verontschuldiging is voor dit verzuim.
9. Het beroep zal niet inhoudelijk worden. Het beroep is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro), omdat eiseres het griffierecht niet heeft betaald én omdat zij te laat beroep heeft ingesteld.
10. Eiseres krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. van Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.