Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De overwegingen van de kantonrechter
135,--
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 maart 2024 verstek verleend tegen de werkgever die niet is verschenen in de procedure. De werknemer, sinds september 2020 in dienst als Meubel/Bankwerker, vorderde vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst en betaling van achterstallig salaris.
De werkgever had de werknemer op 19 januari 2024 meegedeeld dat het bedrijf zou sluiten en dat hij niet meer hoefde te komen, zonder betaling van loon over december 2023 en januari 2024. De werknemer stelde dat de opzegging onrechtmatig was omdat hij niet had ingestemd en de vereiste toestemming van het UWV ontbrak.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging vernietigd moest worden en veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallige salaris vanaf 1 december 2023, vermeerderd met toeslagen, wettelijke verhoging van 50%, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het verzoek tot wedertewerkstelling werd afgewezen wegens het leeghalen van het bedrijf. Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en de proceskosten.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de werkgever werd veroordeeld tot betaling binnen veertien dagen na aanschrijving.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten.