De moeder en zus van de rechthebbende hebben bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot ontslag van de huidige professionele bewindvoerder en hun eigen benoeming als bewindvoerders. Dit verzoek werd behandeld tijdens zittingen op 14 en 26 juni 2023. De rechthebbende zelf kon niet worden gehoord vanwege communicatieproblemen.
De bewindvoerder gaf aan recent dossiers te hebben overgenomen en dat zij geen contact kon krijgen met verzoekers via het bekende telefoonnummer. Tevens was de financiële situatie van de rechthebbende onduidelijk omdat de vorige bewindvoerder geen overdracht had gedaan. De kantonrechter stelde het verzoek aanhoudend om partijen de gelegenheid te geven elkaar te leren kennen en de financiële situatie in kaart te brengen.
Na ontvangst van een brief van de bewindvoerder waarin zij haar standpunt toelichtte, bleek dat verzoekers moeite hebben met de Nederlandse taal en het correct interpreteren van financiële documenten. Ondanks hun liefdevolle zorg achtte de bewindvoerder hen niet geschikt voor het beheer van de financiën. Verzoekers handhaafden hun verzoek, maar de kantonrechter vond het niet in het belang van de rechthebbende om de huidige bewindvoerder te ontslaan en wees het verzoek af.
De beslissing is genomen door kantonrechter A.M. Crouwel en is op 14 maart 2024 in het openbaar uitgesproken. Verzoekers kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.