Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort legde aan eiser een last onder dwangsom op wegens overtredingen van de omgevingsvergunning voor bouwwerkzaamheden op zijn perceel. Na bezwaar en heroverweging handhaafde het college twee lasten: het verwijderen van tegels met kabelsleuf en betonrand en het terugbrengen van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken tot maximaal 57,4 m².
Tijdens de beroepsprocedure constateerde een inspecteur dat de overtreding met betrekking tot de verharding was beëindigd, waardoor de rechtbank het beroep tegen deze last niet-ontvankelijk verklaarde. De overtreding van de maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken stond vast; het college mocht deze last handhaven omdat het belang van handhaving van het bestemmingsplan zwaarder woog dan het belang van eiser.
Eiser had het dak van het bouwwerk verwijderd om een vergunningvrije situatie te creëren, maar dit was onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat de last terecht was opgelegd en verklaarde het beroep tegen deze last ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.