In deze civiele zaak staat de vraag centraal wie de koper is van een levering van 19.200 kg aardappelzetmeel: de vennootschap [gedaagde] B.V. of de eenmanszaak van de heer [gedaagde]. Uit WhatsApp-berichten blijkt dat de naam, het adres en e-mailadres van de vennootschap aan de eiser zijn doorgegeven, zonder vermelding van de eenmanszaak. De eiser mocht daarom redelijkerwijs aannemen dat de vennootschap de koper was.
De levering vond plaats aan het adres van de eenmanszaak, maar dit betekent niet dat de eenmanszaak als koper moet worden aangemerkt. De eiser hoefde niet te onderzoeken of het afleveradres overeenkwam met het vestigingsadres van de koper. De vennootschap heeft ook niet betwist dat de heer [gedaagde] haar vertegenwoordigde.
De vennootschap is daarom contractspartij en moet de koopprijs van € 3.767,04 betalen. Daarnaast is zij veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente tot 4 december 2023, buitengerechtelijke incassokosten van € 501,70 en wettelijke rente vanaf 5 december 2023. De proceskosten van € 1.273,44 zijn eveneens voor haar rekening. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.