Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats 1] , eiseres
Inleiding
Overwegingen
De aanleiding voor deze procedure
Eigen aankoopcijfer
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsobject aan een adres te Utrecht, vastgesteld op € 2.603.000,- per 1 januari 2021. Eiseres stelde een lagere waarde van € 2.340.000,- voor en klaagde over het ontbreken van inzicht in de gebruikte kapitalisatiefactor, een schending van artikel 40 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar niet alle gegevens over de kapitalisatiefactor had verstrekt in de bezwaarfase, wat een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ opleverde. Deze schending werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiseres in beroep alsnog de benodigde gegevens kon inzien en reageren.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde voldoende aannemelijk had gemaakt met een onderbouwde huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor in lijn waren met vergelijkbare objecten. De eigen aankoopprijs werd niet als representatief beschouwd vanwege het ontbreken van een open markttransactie.
De rechtbank wees het beroep af, handhaafde de WOZ-waarde en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van € 1.750,- aan proceskosten en € 365,- griffierecht aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 18 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.