Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:1772

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
23/4616 UTR
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit herbeoordeling kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft op 19 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen over haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder had op 18 januari 2022 een ingebrekestelling ontvangen en op 31 maart 2023 een besluit genomen.

De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingesteld nadat het besluit waartegen het gericht is reeds genomen was. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De stelling dat eiseres het besluit niet zou hebben ontvangen, leidt niet tot een ander oordeel.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit reeds was genomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4616

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. H. Sala),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 19 september 2023 omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag.
Op 4 oktober 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Op 31 maart 2023 heeft verweerder een besluit genomen in het kader van de herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Verweerder is op 18 januari 2022 in gebreke gesteld.
4. Eiseres heeft bij brief van 19 september 2023 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing heeft genomen.
5. Verweerder stelt dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing werd ingesteld nadat verweerder een beslissing heeft genomen.
6. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiseres is ingesteld nadat verweerder de beslissing - waarop dit beroep betrekking heeft - heeft genomen. Er was dus geen sprake van een niet tijdig genomen besluit waartegen beroep kon worden ingesteld. Dit betekent dat dit beroep niet-ontvankelijk is. De stelling dat het besluit niet door eiseres zou zijn ontvangen, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissing niet inhoudelijk kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 maart 2024.
de griffier is verhinderd
deze uitspraak te tekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.