Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3.
[eiser 1],
4.
[eiser 2],
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiseres c.s. dat gedaagde 2 en/of gedaagde 1 worden verboden werkzaamheden te verrichten voor een concurrerend bedrijf, op grond van een non-concurrentiebeding in een aandeelhoudersovereenkomst. Eiseres c.s. stelt dat een dergelijke overeenkomst bestaat en dat het non-concurrentiebeding moet worden nageleefd. Gedaagde 2 en 1 betwisten het bestaan van een getekende aandeelhoudersovereenkomst en stellen dat er geen sprake is van onrechtmatige concurrentie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op basis van de overgelegde stukken en stellingen niet kan worden aangenomen dat een getekende aandeelhoudersovereenkomst bestaat. De stellingen over het bestaan van de overeenkomst zijn tegenstrijdig en er is geen ondertekend exemplaar overgelegd. Ook de e-mailcorrespondentie biedt onvoldoende zekerheid over ondertekening en wilsovereenstemming.
Ten aanzien van de onrechtmatige concurrentie stelt de rechter vast dat het voor werknemers in beginsel vrij staat om na beëindiging van de werkrelatie de voormalige werkgever te beconcurreren, tenzij sprake is van stelselmatig en substantieel afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet met kennis van vertrouwelijke klantgegevens. Dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt. De enkele contacten en berichten zijn niet bewijs van onrechtmatig handelen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiseres c.s. af en veroordeelt haar in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en op 9 februari 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot naleving van het non-concurrentiebeding en verbod op onrechtmatige concurrentie worden afgewezen.