De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en de machtiging tot uithuisplaatsing van één minderjarige bij de grootouders. De kinderen zijn sinds 15 maart 2023 onder toezicht gesteld en de uithuisplaatsing van de oudste bij de grootouders is reeds verlengd tot 15 maart 2024.
De GI motiveert het verzoek met aanhoudende zorgen over de onveilige en onstabiele thuissituatie, onvoldoende veranderingen ondanks intensieve hulp, en loyaliteitsconflicten binnen de familie. De moeder kampt met burn-outklachten, waardoor de zorgcapaciteit beperkt is. De vader heeft een eigen woning en wil een kortere verlenging, terwijl de grootouders instemmen met het verzoek van de GI.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn en verlengt deze voor een jaar. Ook wordt de machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste verlengd voor zes maanden, omdat het belang van het kind bij de grootouders gewaarborgd moet blijven terwijl gewerkt wordt aan herstel van de moeder en versterking van de moeder-kindrelatie.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.