Uitspraak
[eisende partij] B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder van een bedrijfsruimte aan een adres te een plaats heeft sinds november 2022 een huurachterstand opgebouwd van € 33.482,71. De verhuurder vordert in kort geding ontruiming van de bedrijfsruimte, betaling van de achterstallige huur, een contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten.
De huurder erkent de huurachterstand, maar voert aan dat de huurprijs hoog is en dat het restaurant in de winter slecht draait door overlast en duisternis. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden de betalingsverplichting niet opheffen en wijst de vorderingen toe.
De kantonrechter benadrukt de terughoudendheid bij ontruimingen in kort geding vanwege de ingrijpende gevolgen, maar stelt vast dat de huurachterstand van ruim vier maanden voldoende is om in een bodemprocedure tot ontbinding en ontruiming te komen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken na betekening.
Daarnaast worden de contractuele boete van € 1.200,00 en buitengerechtelijke incassokosten van € 1.039,25 toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.200,54 en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van achterstallige huur, boete, incassokosten en proceskosten.