Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser] tevens wijziging van eis
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser huurt sinds mei 2019 een pand bestaande uit bedrijfsruimte en woonruimte van gedaagde. Gedaagde heeft de huurovereenkomst niet willen verlengen en eiser is bij verstekvonnis veroordeeld tot ontruiming wegens huurachterstand. Eiser kwam in verzet, maar het verstekvonnis werd bekrachtigd. Eiser is in maart 2024 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP).
Eiser vordert in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming, primair voor de duur van de WSNP. Hij stelt dat sprake is van een noodtoestand en dat persoonlijke omstandigheden en het toepasselijke huurregime onvoldoende zijn meegewogen. Gedaagde verzet zich en vordert tevens vergoeding van gemaakte proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat alleen bij misbruik van bevoegdheid tot executie schorsing kan worden toegewezen. De toelating tot WSNP is geen nieuw feit dat een noodtoestand veroorzaakt. Het gehuurde is volgens het vonnis bedrijfsruimte met een ondergeschikt woongedeelte, waardoor artikel 305 Faillissementswet Pro geen bescherming biedt. De huurachterstand is substantieel en rechtvaardigt ontbinding. Persoonlijke omstandigheden en bezwaren tegen het huurregime dienen in hoger beroep behandeld te worden.
De vordering tot schorsing wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De vordering van gedaagde tot vergoeding van werkelijke proceskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van misbruik van procesrecht. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.