ECLI:NL:RBMNE:2024:1916
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggave aanneemsom na opzegging overeenkomst renovatie badkamer wegens overlijden opdrachtgever
De vader van eiser sloot op 2 februari 2023 een aannemingsovereenkomst met gedaagde voor de renovatie van een badkamer tegen een aanneemsom van €9.000. De vader betaalde de volledige som, maar overleed in 2023 voordat de werkzaamheden begonnen. Eiser, als erfgenaam, zegde de overeenkomst op en vorderde teruggave van de aanneemsom inclusief rente en incassokosten.
Gedaagde stelde kosten van €4.593 te hebben gemaakt en wilde een deel van de aanneemsom houden, maar kon deze kosten niet onderbouwen of specificeren ondanks herhaalde verzoeken. De rechtbank oordeelde dat gedaagde niet voldeed aan haar verzwaarde mededelingsplicht over besparingen, waardoor eiser niet gehouden was tot betaling van een deel van de aanneemsom.
De algemene voorwaarden waarop gedaagde zich beroept waren vernietigbaar omdat deze niet tijdig aan de opdrachtgever waren verstrekt. De wettelijke regeling uit artikel 7:764 BW Pro was van toepassing, waarbij de opdrachtgever de prijs moet betalen verminderd met besparingen die aannemer bespaart door opzegging. Omdat gedaagde geen besparingen aannemelijk maakte, moest zij de gehele aanneemsom terugbetalen.
Daarnaast werd eiser de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toegekend. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €10.122,52 met rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet de volledige aanneemsom van €10.122,52 terugbetalen met wettelijke rente en proceskosten.