Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de aanvullende producties 27 t/m 53 van [geopposeerde] ,
- de pleitnota van [geopposeerde] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure stond de vraag centraal of eiseres ontvankelijk was in haar verzet tegen een verstekvonnis dat was gewezen in een geschil over de eigendom en het gebruik van een domeinnaam. De domeinnaam was zonder medeweten van eiseres op naam van haar echtgenoot gezet en doorgelinkt naar diens bedrijf, waardoor eiseres klanten verloor.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de echtgenoot van eiseres, die namens haar handelde, door contact op te nemen met de wederpartij een daad van bekendheid met het verstekvonnis had verricht. Hierdoor was de termijn voor het instellen van verzet op 8 december 2023 begonnen en op 2 februari 2024 geëindigd. Het verzet werd pas eind februari 2024 ingesteld, waardoor eiseres niet-ontvankelijk was.
Daarnaast werd overwogen dat zelfs als het verzet tijdig was ingesteld, het verstekvonnis niet zou worden vernietigd vanwege de contractuele afspraken tussen partijen over de domeinnaam en webshop. De proceskosten werden aan eiseres opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door voorzieningenrechter J.G. van Ommeren op 22 maart 2024.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens overschrijding van de verzettermijn en veroordeeld in de proceskosten.