De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 maart 2024 een beschikking uitgesproken in een familierechtelijke zaak betreffende de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind. De ouders zijn sinds 7 oktober 2020 gescheiden en de moeder heeft het gezag over het kind, dat bij haar woont. De rechtbank had eerder een omgangsregeling vastgesteld, maar sinds 2018 is er geen contact meer geweest tussen vader en kind.
De rechtbank heeft een bijzondere curator benoemd om te onderzoeken wat nodig is om de omgang mogelijk te maken. Tijdens het onderzoek bleek dat het kind door stress een levensbedreigende situatie ervaart, mede door een medische aandoening waarbij stress een risicofactor is. Daarom is het onderzoek afgebroken en is geconcludeerd dat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind.
De rechtbank wijzigt de omgangsregeling en bepaalt dat er geen omgang zal zijn tussen vader en kind. De vader heeft begrip getoond voor deze beslissing. De rechtbank acht het wel wenselijk dat de vader kaartjes blijft sturen, die door de moeder worden bewaard totdat het kind er klaar voor is. Het verzoek van de vader om een ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat dit op dit moment geen verbetering zou brengen en het kind vooral rust nodig heeft.
De beslissing is genomen met inachtneming van de wettelijke bepalingen omtrent omgangsrecht en ondertoezichtstelling en met oog voor het belang en de gezondheid van het kind.