ECLI:NL:RBMNE:2024:2039
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van oplichting en valsheid in geschrift bij U-pas declaraties
Verdachte werd verdacht van het plegen van oplichting door het indienen van valse declaraties bij Gemeente Utrecht voor een bedrag van €70.840, waarbij werd gesteld dat U-pashouders cursussen hadden gevolgd terwijl in werkelijkheid tablets en smartphones werden geleverd. Daarnaast werd verdachte beschuldigd van valsheid in geschrift door het gebruik van vervalste intakeformulieren.
De verdediging voerde onder meer aan dat onduidelijk was welke afspraken er waren met de gemeente en dat verdachte wel degelijk cursussen wilde geven. Ook werd betwist dat intakeformulieren vervalst waren. Het Openbaar Ministerie vorderde vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging, ondanks een eerdere sepotaanvraag en de erkenning door het OM dat het sepotverzoek had moeten worden gehonoreerd. De rechtbank vond dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond bij aanvang van de vervolging.
In de inhoudelijke beoordeling concludeerde de rechtbank dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte afspraken met de gemeente had geschonden of dat er sprake was van opzet of valsheid in geschrift. De tenlastelegging werd niet bewezen verklaard en verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van oplichting en valsheid in geschrift.