De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 april 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meerdere feiten rondom hennepteelt, diefstal van elektriciteit en witwassen. Verdachte werd vrijgesproken van het feit dat hij op 6 mei 2021 een grote hoeveelheid hennep opzettelijk aanwezig had, omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij hiervan op de hoogte was. Daarnaast werd verdachte gedeeltelijk vrijgesproken van medeplegen en het plegen van de feiten in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte in de periode van 21 juli 2021 tot en met 21 september 2021 hennep heeft geteeld en bewerkt, een grote hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen van Liander, een grote hoeveelheid hennep op 21 september 2021 aanwezig had, een bedrag van €25.600,00 witwaste en voorbereidingshandelingen voor hennepteelt verrichtte. De strafbaarheid van deze feiten werd bevestigd.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd en de persoon van verdachte, die niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de samenhang van de feiten vond de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend en legde een taakstraf van 240 uren op. Tevens werd een gedeelte van het in beslag genomen geldbedrag verbeurd verklaard en een deel teruggegeven aan verdachte.