ECLI:NL:RBMNE:2024:2060
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 22 maart 2024 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van een grote hoeveelheid hennep in de periode juli-september 2021.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €31.144,37, later bijgesteld tot €4.806,67, rekening houdend met een eerder verbeurd verklaard bedrag van €27.482,70. De verdediging stelde dat een deel van de oogst niet was verkocht en dat een betalingsregeling met Liander N.V. in mindering moest worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de hennepplanten die nog niet geoogst waren in beslag waren genomen en vernietigd, waardoor geen voordeel uit deze teelt was genoten. Het aangetroffen geldbedrag in de woning werd gezien als opbrengst van een eerdere oogst, welke al verbeurd was verklaard. De nog aanwezige hennep was niet verkocht en onttrokken aan het verkeer. Hierdoor kon geen wederrechtelijk voordeel worden vastgesteld.
De rechtbank wees de ontnemingsvordering af en stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil. De vraag of de betalingsregeling met Liander N.V. in mindering kon worden gebracht, werd niet meer behandeld vanwege het ontbreken van vastgesteld voordeel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil.