ECLI:NL:RBMNE:2024:2061
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk aanwezig hebben en voorbereiden hennepteelt
Op 5 april 2024 heeft de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 3,5 kilogram hennep en het voorbereiden van hennepteelt in een pand te [plaats].
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd, en ook de verdediging betoogde dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de hennep en gerelateerde goederen in het pand. De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen en geoordeeld dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Daarom is verdachte vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat de verdenking berustte op het aantreffen van hennep en diverse kweekmaterialen in het pand, maar dat onvoldoende bewijs bestond voor de wetenschap en beschikkingsmacht van verdachte over deze goederen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, bestaande uit voorzitter R.P.P. Hoekstra en rechters V.A. Groeneveld en M. Rasterhoff, op de openbare terechtzitting van 5 april 2024.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk aanwezig hebben en voorbereiden van hennepteelt.