ECLI:NL:RBMNE:2024:2064
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde kantoorvilla met afwijzing schadevergoeding
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €3.023.000 van zijn kantoorvilla, gelegen aan een adres in een plaats, vastgesteld per 1 januari 2019 voor het belastingjaar 2020. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde na bezwaar. De rechtbank beoordeelt het beroep op basis van de zitting en concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde adequaat heeft onderbouwd met de huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank acht de gehanteerde huurwaarde van €156 per m² en de kapitalisatiefactor van 11,4 aannemelijk, mede door vergelijking met vergelijkbare kantoorvilla’s in de regio. Argumenten van eiser over bereikbaarheid, huurwaardeverdeling per verdieping, veroudering van het pand en leegstandsrisico worden door de rechtbank niet gevolgd, omdat deze onvoldoende onderbouwd zijn of reeds in de waardering zijn verwerkt.
Eiser verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert dat de procedure langer dan twee jaar duurde, maar verlengt de redelijke termijn vanwege het procedeerpatroon van de gemachtigde van eiser, waardoor het verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen ruimte voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.