ECLI:NL:RBMNE:2024:2088

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
8 april 2024
Zaaknummer
UTR 24/679
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijk beroep wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek

Eiseres diende op 3 augustus 2023 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder moest uiterlijk 14 september 2023 beslissen, maar heeft deze termijn overschreden. Eiseres stelde verweerder op 15 november 2023 in gebreke en startte op 5 februari 2024 een beroep wegens het niet tijdig beslissen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en bepaalt dat verweerder alsnog binnen tien weken na het verweerschrift, dus uiterlijk 1 mei 2024, moet beslissen. Deze termijn is verlengd vanwege de omvang van het verzoek en de benodigde zienswijzeprocedure.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het griffierecht van €187 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd.

Uitkomst: Verweerder moet uiterlijk 1 mei 2024 alsnog beslissen op het Woo-verzoek onder dreiging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/679

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] (België), eiseres

(gemachtigde: S. Pistora),
en

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 5 februari 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 21 februari 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een verzoek of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op haar verzoek of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar verzoek ingediend op 3 augustus 2023. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op het verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Op 22 augustus 2023 heeft verweerder de beslistermijn verdaagd met twee weken op grond van artikel 4.4, tweede lid, van de Woo. Verweerder had dus uiterlijk op 14 september 2023 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op
15 november 2023 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 5 februari 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Verweerder heeft de rechtbank in het verweerschrift verzocht om een langere termijn te bepalen en wel van tien weken. De reden dat er nog geen besluit is genomen, is volgens verweerder onder meer gelegen in de hoeveelheid documenten die onder het verzoek vallen (circa 700), de benodigde zienswijzeprocedure en de voor dit alles beschikbare capaciteit qua menskracht.
6. Tot op heden heeft verweerder nog geen besluit genomen. In hetgeen verweerder heeft aangevoerd ziet de rechtbank aanleiding om verweerder een langere beslistermijn toe te kennen. De rechtbank geeft verweerder daarom de gevraagde termijn van tien weken vanaf de datum het verweerschrift. Dat betekent dat verweerder uiterlijk op 1 mei 2024 een beslissing moet nemen op het verzoek van eiseres.
7. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
8. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiseres betalen.
10. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op om uiterlijk 1 mei 2024 alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- dat eiseres heeft betaald moet betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.