Eiseres diende op 3 augustus 2023 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder moest uiterlijk 14 september 2023 beslissen, maar heeft deze termijn overschreden. Eiseres stelde verweerder op 15 november 2023 in gebreke en startte op 5 februari 2024 een beroep wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en bepaalt dat verweerder alsnog binnen tien weken na het verweerschrift, dus uiterlijk 1 mei 2024, moet beslissen. Deze termijn is verlengd vanwege de omvang van het verzoek en de benodigde zienswijzeprocedure.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het griffierecht van €187 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit wordt vernietigd.