Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
3.De beoordeling in conventie en reconventie
- griffierecht: € 676,-
- salaris advocaat: € 786,- (1 punt tarief IV)
- exploot- en deurwaarderskosten: € 964,28
Rechtbank Midden-Nederland
In november 2022 heeft een onbekende derde frauduleus via het digitale bankierprogramma van een klant van NN Bank een bedrag van €61.249,- overgemaakt naar de ING-rekening van de gedaagde. NN Bank heeft de vordering van haar klant overgenomen en eist terugbetaling van dit bedrag met rente, alsmede betaling van beslag- en proceskosten.
De gedaagde erkent de ontvangst van het bedrag, maar voert verweren aan zoals dat hij niet de uiteindelijke ontvanger was, dat de terugvordering onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, en dat NN Bank onvoldoende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen. De rechtbank oordeelt dat de gedaagde het bedrag onverschuldigd heeft ontvangen en op grond van artikel 6:203 BW Pro tot terugbetaling is gehouden, ongeacht zijn verweren.
De rechtbank wijst de stellingen van de gedaagde over onrechtmatig handelen van NN Bank en onrechtmatig gelegd beslag af. De beslagkosten en proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd, inclusief wettelijke rente vanaf relevante data. De vorderingen van de gedaagde worden afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €61.249,- met rente en betaling van beslag- en proceskosten; tegenvorderingen worden afgewezen.