Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 7 mei 2021 waarbij haar een bedrag van €30.000,- is toegekend op grond van de Catshuisregeling (lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag). Daarnaast heeft zij bezwaar gemaakt tegen een latere beslissing van 13 februari 2023 over een herbeoordeling, waarbij een hoger bedrag van €44.727,- werd vastgesteld.
Omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar van 24 april 2023 tegen het besluit van 7 mei 2021 had beslist, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt echter dat dit beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Dit omdat eiseres reeds het maximale compensatiebedrag heeft ontvangen en er geen onzekerheid bestaat over de uitkomst.
De rechtbank benadrukt dat procesbelang vereist dat de rechtzoekende een concreet en actueel belang heeft bij de uitkomst van de procedure. In dit geval is dat niet aanwezig, waardoor het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet terugbetaald.