ECLI:NL:RBMNE:2024:2122
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting met proceskostenvergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikkingen van drie onroerende zaken in [plaats]. De heffingsambtenaar stelde de waarden vast op respectievelijk €104.000, €253.000 en €197.000 per object. Na bezwaar werd slechts de waarde van één object verlaagd. Eiseres stelde beroep in tegen de bestreden uitspraak.
De rechtbank beoordeelde per object de juistheid van de WOZ-waarden. Voor het bedrijfspand aan [adres 1] en het appartement aan [adres 3] achtte de rechtbank de vastgestelde waarden niet te hoog, mede gelet op aankoopcijfers en vergelijkbare transacties. Voor de benedenwoning aan [adres 2] stelde de rechtbank vast dat de waarde van €253.000 niet aannemelijk was en dat de juiste waarde €250.000 bedroeg. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast stelde eiseres een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank concludeerde dat de overschrijding deels aan de gemachtigde van eiseres te wijten was, maar kende een totale vergoeding van €100 toe, waarvan €17 door de heffingsambtenaar en €83 door de Staat te betalen.
De rechtbank wees tevens proceskosten toe van €1.312,50 en griffierechtvergoeding van €49. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van de uitspraak op bezwaar en kan worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: WOZ-waarde van de benedenwoning wordt vastgesteld op €250.000 en aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd, met toekenning van proceskosten en immateriële schadevergoeding.