Betrokkene, geboren in 1997, kampt met een ernstige verslaving aan fentanyl en benzodiazepines, resulterend in forse somatische klachten zoals obstipatie en een risico op ademhalingsdepressie. Ondanks meerdere pogingen tot afbouw van de middelen is vrijwillige behandeling niet succesvol gebleken. De rechtbank concludeert dat de psychische stoornis zo ernstig is dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene ingrijpend wordt beïnvloed, waardoor zij het gevaarlijke gedrag niet kan worden toegerekend.
De advocaat van betrokkene voerde verweer dat er geen psychiatrische stoornis in de zin van de wet aanwezig is en dat de klachten uitsluitend somatisch zijn, maar dit werd verworpen op basis van het onafhankelijke psychiatrisch advies. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk om levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang af te wenden.
De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, beperken van bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek van kleding en woonruimte, beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot 5 oktober 2024. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een second opinion en acht de verplichte zorg evenredig en effectief.