Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.BESLAG
6.BESLISSING
spreekt verdachte daarvan vrij;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 februari 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan een hennepkwekerij door middel van een schijnconstructie. Verdachte zou het bedrijfspand ter beschikking hebben gesteld en zich hebben voorgedaan als werkzaam voor het bedrijf, terwijl in de kelder een hennepkwekerij aanwezig was.
Tijdens de terechtzittingen op 29 november 2023 en 30 januari 2024 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie vorderde vrijspraak en ook de verdediging pleitte voor vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte wist van de hennepkwekerij en de aanwezigheid van hennep in het pand. Het vereiste dubbele opzet voor medeplichtigheid kon daardoor niet worden vastgesteld.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en gelastte de teruggave van het in beslag genomen telefoontoestel. Hiermee werd bevestigd dat de bewijsvoering onvoldoende was om tot een veroordeling te komen, ondanks de verdenking dat verdachte door middel van een schijnconstructie medeplichtig zou zijn geweest aan het telen van hennep.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dubbel opzet voor medeplichtigheid.