ECLI:NL:RBMNE:2024:2169

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
10 april 2024
Zaaknummer
16-084825-23
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 2 OpiumwetArt. 3 ahf/ond B OpiumwetArt. 3 ahf/ond C OpiumwetArt. 48 ahf/sub 1 Wetboek van StrafrechtArt. 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplichtigheid hennepkwekerij wegens onvoldoende bewijs dubbel opzet

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 februari 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan een hennepkwekerij door middel van een schijnconstructie. Verdachte zou het bedrijfspand ter beschikking hebben gesteld en zich hebben voorgedaan als werkzaam voor het bedrijf, terwijl in de kelder een hennepkwekerij aanwezig was.

Tijdens de terechtzittingen op 29 november 2023 en 30 januari 2024 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie vorderde vrijspraak en ook de verdediging pleitte voor vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte wist van de hennepkwekerij en de aanwezigheid van hennep in het pand. Het vereiste dubbele opzet voor medeplichtigheid kon daardoor niet worden vastgesteld.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en gelastte de teruggave van het in beslag genomen telefoontoestel. Hiermee werd bevestigd dat de bewijsvoering onvoldoende was om tot een veroordeling te komen, ondanks de verdenking dat verdachte door middel van een schijnconstructie medeplichtig zou zijn geweest aan het telen van hennep.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dubbel opzet voor medeplichtigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-084825-23 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 november 2023 en 30 januari 2024. De zaak is inhoudelijk behandeld op laatstgenoemde datum.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en haar raadsvrouw, mr. C. van Oort, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
zich op 7 november 2022 medeplichtig heeft gemaakt aan een hennepkwekerij door zich voor te doen als werkzaam voor het bedrijf [bedrijf] (schijnconstructie) en het bedrijfspand ter beschikking te stellen.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat verdachte wist dat er in de kelder van het bedrijfspand een hennepkwekerij aanwezig was en dat daar dus hennep aanwezig was. Het dubbele opzet, dat vereist is voor medeplichtigheid, kan hierdoor niet bewezen worden.

5.BESLAG

Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten een roze Huawei telefoon (G3072056).

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
1 STK Telefoontoestel (G3072056).
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E.S. Dolmans, voorzitter, mrs. G. Schnitzler en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 februari 2024.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 7 november 2022 te [plaats] , althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 30 kilogram hennep en/of ongeveer 1495, althans een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 7 november 2022 te [plaats] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door voor te doen werkzaam te zijn voor het bedrijf [bedrijf] , gevestigd in het pand aan de [adres 2] , terwijl dit bedrijf een schijnconstructie betreft, en door middel waarvan verdachte die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen gelegenheid heeft geboden om - heimelijk - in voornoemd pand hennepplanten te telen/kweken;
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht)