ECLI:NL:RBMNE:2024:2192

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 maart 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
UTR 23/5454
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens tijdige besluitvorming herstelregeling kinderopvangtoeslag

Verzoekster diende op 9 november 2023 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor de beoordeling van de Herstelregeling Kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst nam vervolgens alsnog een besluit op haar aanvraag, waarna verzoekster het beroep introk en een vergoeding voor haar proceskosten vorderde.

De rechtbank oordeelde dat, aangezien het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen, de Belastingdienst gehouden was de proceskosten te vergoeden conform de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder reageerde niet op het verzoek, maar erkende in een verweerschrift dat verzoekster in aanmerking kwam voor vergoeding.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op €218,75, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was.

Uitkomst: De Belastingdienst is veroordeeld tot betaling van €218,75 aan proceskosten en €50 aan griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5454

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] (België), verzoekster,

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 9 november 2023 omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag beoordeling Herstelregeling Kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft alsnog een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. Verweerder heeft wel op 23 november 2023 een verweerschrift naar aanleiding van het beroep niet tijdig beslissen ingediend, waarin verweerder aangeeft dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 218,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 875,- en een wegingsfactor 0,25). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,25 toegepast.
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75 aan proceskosten;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan verzoekster te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te tekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.