Verzoekster diende op 9 november 2023 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor de beoordeling van de Herstelregeling Kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst nam vervolgens alsnog een besluit op haar aanvraag, waarna verzoekster het beroep introk en een vergoeding voor haar proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat, aangezien het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen, de Belastingdienst gehouden was de proceskosten te vergoeden conform de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder reageerde niet op het verzoek, maar erkende in een verweerschrift dat verzoekster in aanmerking kwam voor vergoeding.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €218,75, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was.