De zaak betreft een spoeduithuisplaatsing van een 13-jarig meisje met een Roma-achtergrond, waarbij grote zorgen bestaan over haar veiligheid en welzijn. De kinderrechter heeft op 22 maart 2024 een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor vier weken. De situatie is complex door uiteenlopende verhalen van betrokkenen over mogelijke uithuwelijking, gedragsproblemen en familieconflicten.
Tijdens de mondelinge behandeling op 4 april 2024 hebben de oma en vader verklaard dat er geen sprake is van uithuwelijking en dat het afgeknipte haar niet als straf bedoeld was. Zij maken zich zorgen over het (seksueel) grensoverschrijdende gedrag van de minderjarige en willen hulp om hiermee om te gaan. De gezinsvoogd bevestigt de zorgwekkende situatie, met name over de invloed van de moeder en de veiligheid van het contact.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege de grote onduidelijkheid en het belang van de minderjarige. Er moet nader onderzoek plaatsvinden naar de situatie en de zorgen. De machtiging wordt verlengd tot 22 juni 2024. Tevens wordt het belang van contactherstel tussen de minderjarige, haar zusje, oma en vader benadrukt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.