ECLI:NL:RBMNE:2024:2234
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering te veel betaalde WIA-uitkering
Eiseres ontvangt sinds 4 november 2019 een WIA-uitkering met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 59,64%. Het UWV heeft vastgesteld dat zij over 2021 een te hoge uitkering heeft ontvangen en heeft een bedrag van €4.440,90 teruggevorderd. Eiseres betwist de terugvordering en stelt dat zij meer arbeidsongeschikt is dan het UWV heeft aangenomen en dat het besluit onzorgvuldig is genomen omdat geen nieuw verzekeringsgeneeskundig of arbeidsdeskundig onderzoek is gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de eerder rechtsgeldig vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Er is geen wettelijke grondslag voor het vereiste van een nieuw onderzoek voorafgaand aan de verrekening van inkomsten uit werk met de WIA-uitkering. Eiseres kan een herzieningsverzoek indienen als zij een nieuwe beoordeling wenst.
Verder zijn geen dringende redenen aangevoerd die het UWV zouden verplichten af te zien van terugvordering. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft teruggevorderd en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de te veel betaalde WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.