Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.4 VRIJSPRAAK
5.BESLISSING
1,
2,
3en
4ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie gericht op de productie van methamfetamine, het vervaardigen van methamfetamine, het aanwezig hebben van grote hoeveelheden methamfetamine en het voorhanden hebben van voorwerpen en chemicaliën ter voorbereiding hiervan.
De tenlastelegging werd gewijzigd en betrof feiten in de periode van eind december 2021 tot medio februari 2022 in Woerden, Kerkdriel en Rotterdam. Tijdens de inhoudelijke behandeling en het onderzoek ter terechtzitting werd door de officier van justitie vrijspraak gevorderd. De verdediging steunde dit standpunt subsidiair.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er waren geen aanwijzingen die voldoende bewijs boden voor deelname aan de criminele organisatie of betrokkenheid bij de productie en aanwezigheid van methamfetamine. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging, maar de zaak werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Het vonnis werd uitgesproken op 18 april 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij productie methamfetamine en deelname aan criminele organisatie.