Art. 10 lid 3 OpiumwetArt. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10a lid 1 OpiumwetArt. 11 lid 3 OpiumwetArt. 11 lid 5 Opiumwet
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs productie methamfetamine en deelname criminele organisatie
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie gericht op de productie van methamfetamine, het vervaardigen van methamfetamine, het aanwezig hebben van grote hoeveelheden methamfetamine en het voorhanden hebben van voorwerpen en chemicaliën ter voorbereiding hiervan.
De tenlastelegging werd gewijzigd en betrof feiten in de periode van eind december 2021 tot medio februari 2022 in Woerden, Kerkdriel en Rotterdam. Tijdens de inhoudelijke behandeling en het onderzoek ter terechtzitting werd door de officier van justitie vrijspraak gevorderd. De verdediging steunde dit standpunt subsidiair.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er waren geen aanwijzingen die voldoende bewijs boden voor deelname aan de criminele organisatie of betrokkenheid bij de productie en aanwezigheid van methamfetamine. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging, maar de zaak werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Het vonnis werd uitgesproken op 18 april 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij productie methamfetamine en deelname aan criminele organisatie.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/095184-22 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 april 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] te [woonplaats] , hierna te noemen: verdachte.
1.1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 11 oktober 2022 (pro forma), 7 februari 2024 (inhoudelijke behandeling) en 4 april 2024 (sluiting onderzoek ter terechtzitting).
De rechtbank heeft bij de inhoudelijke behandeling kennisgenomen van de vorderingen van de officieren van justitie mr. A.E. Lohuis en mr. A.J.M. Vreekamp (hierna tezamen genoemd: de officier van justitie) en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.
2.TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de terechtzitting van 7 februari 2024 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1
in de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden en/of Kerkdriel
en/of Rotterdam heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot
oogmerk had het vervaardigen van methamfetamine;
feit 2
in de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden (in een woning
en/of in een schuur) in vereniging methamfetamine heeft vervaardigd;
feit 3
op 15 februari 2022 te Woerden in vereniging ongeveer 25,45 kilogram en/of 2,99 kilogram
in de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden (in een woning
en/of in een schuur) in vereniging en ter voorbereiding van het vervaardigen van
methamfetamine voorwerpen en/of chemicaliën en/of grondstoffen voorhanden heeft gehad.
3.VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig en de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte. Verdachte heeft mede in het licht van de thans gevorderde vrijspraak onnodig lang in onzekerheid verkeerd over de uitkomst van de procedure. Er had nooit mogen worden overgegaan tot dagvaarden. Dat dit toch is gebeurd en vervolgens is gerekwireerd tot vrijspraak is in strijd met de goede procesorde, het vertrouwensbeginsel en de zuiverheid van oogmerk, aldus de raadsman.
In art. 167, eerste lid, Sv is aan het Openbaar Ministerie (hierna: het OM) de bevoegdheid toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. Volgens vaste rechtspraak leent de beslissing om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het de officier van justitie vrij stond om de zaak op zitting te presenteren en vervolgens tot vrijspraak te rekwireren. Dat de officier van justitie haar eis mede baseert op hetgeen naar voren is gekomen tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak is bij deze stand van zaken, en voorts bij het ontbreken van enige aanknopingspunt in het dossier, niet in strijd met de goede procesorde dan wel enig beginsel van behoorlijk bestuur.
De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
4.4 VRIJSPRAAK
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle vier aan hem ten laste gelegde feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft subsidiair vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
ten aanzien vanfeit 1,feit 2,feit 3enfeit 4
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het aan verdachte ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
5.BESLISSING
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart het onder feit 1, 2, 3en 4ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. J. Edgar en mr. L.C. Michon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 april 2024.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt - na wijziging van de tenlastelegging - ten laste gelegd dat:
1
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden en/of Kerkdriel (gemeente Maasdriel) en/of Rotterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,
bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derdePro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;
( art 10 lid 4 OpiumwetPro, art 11b lid 1 Opiumwet, art 2 ahfPro/ond D Opiumwet )
2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een woning en/of een schuur aan de [adres 2] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, een (grote) hoeveelheid methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, zijnde methamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 15 februari 2022 te Woerden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25,45 kilogram en/of 2,99 kilogram en/of 78,1 kilogram en/of 280,85 liter (meth)amfetamine (HCI), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine, zijnde (meth)amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 OpiumwetPro, art 2 ahfPro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahfPro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
4
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2021 tot en met 15 februari 2022 te Woerden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk vervaardigen van een hoeveelheid methamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- ( telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- ( telkens) zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- ( telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn/haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij verdachte en/of zijn mededader(s):
een woning althans ruimte (waaronder een schuur behorende bij die woning) gebruikt voor de productie van synthetische drugs en/of één of meer voertuigen geregeld/gebruikt om chemicaliën en/of grondstoffen te vervoeren en/of voorwerpen en/of chemicaliën en/of grondstoffen, te weten
- een of meerdere rechthoekige bakjes (met opschrift Alaska) en/of
- een thermometer
- één rvs-pan (merk: Pujadas) gevuld met een oplossing althans een of meerdere stoffen en/of - een of meerdere (inductie)kookpla(a)ten en/of
- een of meerdere koelbox(en) gevuld met vloeistof en/of kristallen en/of
- een of meerdere ijsemmer(s) (merk Toros) met aftapkraan gevuld met vloeistof en/of kristallen
- vijf althans een of meerdere jerrycans met zoutzuur en/of
- een jerrycan met ‘Acidity Regulator 37’ bevattende een (geconcentreerde) oplossing van zoutzuur, althans een zure vloeistof en/of
- een of meerdere vaten gevuld met tolueen en/of aceton althans een vloeistof en/of
- twee, althans een of meerdere emmers gevuld met een vloeistof en/of
- een vat met een licht basisch vloeistof en/of
- een of meerdere fles(sen) en/of emmer(s) met FD-metamfetamine, althans een vloeistof en/of
- een (plastic) zak met FD-wijnsteenzuur en/of
- twee althans een of meerdere centrifuges en/of
- een zuurkoolvat gevuld met MAPAA/APAA althans een poeder en/of
- een rvs-pan en/of
- tweeënvijftig althans één of meerdere liters vervuilde scheitrechter en/of
- een balans en/of
- een of meerdere vloeistofpompen en/of
- een of meerdere roerstokken en/of
- een of meerdere bakken (om vloeistof weg te laten lopen) en/of
- een of meerdere (vervuilde) maatbekers en/of
- een of meerdere ventilatoren en/of
- een of meerdere trechter(s) en/of
- een of meerdere plantenspuit(en) en/of
- gereedschap, waaronder lepels, deksels, schalen en/of werkhandschoenen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
( art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahfPro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )