ECLI:NL:RBMNE:2024:2356
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overlijden verdachte in zaak methamfetaminehandel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en handel in methamfetamine. De tenlastelegging omvatte deelname aan een criminele organisatie en het vervaardigen, vervoeren en bezitten van grote hoeveelheden methamfetamine.
Tijdens de procedure stelde het Openbaar Ministerie zich op het standpunt dat zij niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat verdachte was overleden. De rechtbank bevestigde dit standpunt op basis van het bewijs uit de Basisregistratie Personen dat het overlijden van verdachte op een eerdere datum vaststelde.
Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht op strafvervolging bij overlijden van de verdachte. De rechtbank verklaarde daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de tenlastelegging.
De tenlastelegging betrof onder meer het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van methamfetamine, alsmede deelname aan een organisatie gericht op het plegen van strafbare feiten volgens de Opiumwet. Diverse voorwerpen en chemicaliën die bij de productie werden gebruikt, werden in de dagvaarding opgesomd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 18 april 2024.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van verdachte.