Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling van de vorderingen
De vorderingen in conventie
178,-
€ 178,-
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten in september 2020 een aannemingsovereenkomst voor isolatie-, schilder- en dakwerkzaamheden aan de woning van eiser. Eiser ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk in januari 2023 wegens niet-afgerond schilderwerk en niet-begonnen isolatiewerkzaamheden, met vermoedens van gebrekkig dakwerk.
Eiser vordert terugbetaling van betaalde facturen en schadevergoeding voor herstel van dakwerkzaamheden. Gedaagde betwist de ontbinding en stelt geen verzuim te hebben gepleegd, waardoor geen ongedaanmakingsplicht of schadevergoeding bestaat. Tevens vordert gedaagde betaling van openstaande facturen.
De rechtbank oordeelt dat eiser de overeenkomst met betrekking tot schilderwerk rechtsgeldig mocht ontbinden vanwege overschrijding van de beoogde oplevertermijn zonder duidelijke afronding. De waarde van het schilderwerk wordt vastgesteld op € 20.500,-, waarbij een korting wordt toegepast wegens gebrekkige uitvoering van hout- en metaalwerk. Terugbetaling aan eiser bedraagt € 8.114,48. De herstelkosten voor dakwerkzaamheden worden afgewezen omdat gedaagde geen gelegenheid tot herstel is geboden.
De rechtbank wijst de terugbetaling van isolatiewerkzaamheden toe en verrekent de erkende meerwerkfactuur. Gedaagde moet een bedrag van € 6.481,18 plus wettelijke rente en incassokosten aan eiser betalen. Eiser moet een gereduceerd bedrag voor loodgieterskosten en rente aan gedaagde voldoen. Proceskosten worden verdeeld conform het oordeel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen deels toe en veroordeelt partijen tot betaling van respectievelijk € 6.481,18 en € 1.845,85 met rente en proceskosten.