Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Procesverloop
€ 190,72 per maand.
Overwegingen
31 januari 2023 tot en met 28 februari 2023. Een bedrag van € 47,04 over genoemde periode wordt van eiser teruggevorderd. Ter zitting is gebleken dat eiser tegen dit besluit geen rechtsmiddel heeft ingesteld.
e-mail heeft eiser niet gereageerd. Vervolgens heeft het college op 22 mei 2023 per e-mail nogmaals gevraagd of eiser wil worden gehoord. Hierbij heeft het college verhinderdata voor de maanden mei en juni 2023 opgevraagd. In deze e-mail staat tevens dat als eiser geen reactie indient op 26 mei 2023, het college er dan van uitgaat dat eiser afziet van een hoorzitting. De rechtbank stelt vast dat eiser op deze e-mail ook niet heeft gereageerd. Gelet op deze gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat het college terecht heeft afgezien van het horen van eiser.
per 1 maart 2023wordt vastgesteld op een bedrag van € 190,72 per maand en dat de draagkrachtperiode loopt van 1 maart 2023 tot en met 29 februari 2024. De rechtbank bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit.
Beslissing
mr.M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
12 maart 2024.